De meest onderschatte kracht in de wereld

Terwijl ik een handje goedkope pinda’s neem, kijk ik de groep eens rond. Wat een maffe mix mensen zit hier weer bij elkaar. Een Marokkaanse man, al jaren kind aan huis, vertelt een mop waar hij – zoals gewoonlijk – alleen zelf om moet schaterlachen. Een 75-jarige Amerikaan, die elke week onze planten bewatert, creëert een overstroming op de vensterbank. Intussen wordt de afwas gedaan door een Iraniër die ooit bokskampioen was in zijn land en nu alleen nog voor Jezus wil leven, samen met een Afrikaanse vrouw, die politiecommissaris was maar hierheen moest vluchten omdat ze niet wilde meewerken aan stembusfraude. Kortom, het is weer een onwaarschijnlijke club mensen. En dan heb ik het nog niet eens over de witte Nederlanders.

Lees verder

Gastvrijheid

Het is een mooie christelijke opdracht: onderdak bieden aan armen zonder huis. Doorgaans kunnen we dat outsourcen naar professionele hulpverleners. Maar soms krijg je een lastig telefoontje. Zoals vorige week.

‘Er slaapt een vrouw in het park, met een kind van twee. Mag ze een weekje bij jullie logeren?’

Tja, wat zeg je dan? Je zoekt nog even naar welke professional z’n werk niet heeft gedaan, totdat je ontdekt dat die niet bestaat. Ze is namelijk uitgeprocedeerd en dan is er geen opvang. Er zijn er te veel.
Goed, een weekje dan.
Lees verder

Sterk worden

vuurtje stoken

Ricardo, een buurjongen die graag bij ons aanschuift, heeft twintig euro gekregen van een man die Hassan heet. Hij beweert vergeten te zijn wat hij ervoor moest doen, maar ‘het mocht wel van de politie.’ Het geld heeft hij uitgegeven aan snoep.
Ik vind het verdacht als een jongetje twintig euro krijgt voor een klusje, en omdat Ricardo duidelijk niet van plan is meer los te laten, besluit ik er op een rustiger moment met hem over door te praten.
Lees verder

Weg uit de oorlog

syrisch jongetje

‘Esther! Esther!’ klinkt een dringende jongensstem achter de flat. Ik ga kijken. ‘Esther, hij heb een mes!’ Ricardo wijst naar Nour, het jongetje dat net achter hem staat. Hijzelf staat op het trapje naar ons balkon.
‘Hallo jongens’, begroet ik ze, en tegen Nour: ‘heb jij een mes, jongen?’
‘Ja, heb ik gevonden.’ Het verbaast me dat hij niet weggelopen is toen Ricardo het aan mij bleek te gaan vertellen. Nour komt uit Syrië. Een jaar geleden sprak hij geen woord Nederlands. Nu kun je gewoon met hem praten, maar er is een probleem met hem: Nour is wel weg uit de oorlog, maar de oorlog zit nog wel in hem. Lees verder

Logeerpartijtje

logeren

Kevin woont op acht hoog en komt graag bij ons over de vloer. Wij hebben een trapje bij ons balkon staan; we wonen maar een halve verdieping boven de begane grond, dus hij komt altijd via de achterdeur. Zijn donkere haar zit in de war als hij binnenvalt, bezweet van het rondjes crossen om de flat. Meestal is hij er binnen een paar minuten nadat ik mijn dochter uit school gehaald heb.
Ik schenk twee glazen ranja in. ‘Hoe was je schooldag?’ informeer ik.
‘Het ging niet goed’, vertelt Kevin zonder omhaal. ‘De juf sleurde me door de gang. Toen ging ik haar schoppen. En ik ging lachen. Ik zei: wat een raar hoofd heb jij.’ Hij grinnikt.
Lees verder