Sterk worden

vuurtje stoken

Ricardo, een buurjongen die graag bij ons aanschuift, heeft twintig euro gekregen van een man die Hassan heet. Hij beweert vergeten te zijn wat hij ervoor moest doen, maar ‘het mocht wel van de politie.’ Het geld heeft hij uitgegeven aan snoep.
Ik vind het verdacht als een jongetje twintig euro krijgt voor een klusje, en omdat Ricardo duidelijk niet van plan is meer los te laten, besluit ik er op een rustiger moment met hem over door te praten.
Lees verder

Weg uit de oorlog

syrisch jongetje

‘Esther! Esther!’ klinkt een dringende jongensstem achter de flat. Ik ga kijken. ‘Esther, hij heb een mes!’ Ricardo wijst naar Nour, het jongetje dat net achter hem staat. Hijzelf staat op het trapje naar ons balkon.
‘Hallo jongens’, begroet ik ze, en tegen Nour: ‘heb jij een mes, jongen?’
‘Ja, heb ik gevonden.’ Het verbaast me dat hij niet weggelopen is toen Ricardo het aan mij bleek te gaan vertellen. Nour komt uit Syrië. Een jaar geleden sprak hij geen woord Nederlands. Nu kun je gewoon met hem praten, maar er is een probleem met hem: Nour is wel weg uit de oorlog, maar de oorlog zit nog wel in hem. Lees verder

Logeerpartijtje

logeren

Kevin woont op acht hoog en komt graag bij ons over de vloer. Wij hebben een trapje bij ons balkon staan; we wonen maar een halve verdieping boven de begane grond, dus hij komt altijd via de achterdeur. Zijn donkere haar zit in de war als hij binnenvalt, bezweet van het rondjes crossen om de flat. Meestal is hij er binnen een paar minuten nadat ik mijn dochter uit school gehaald heb.
Ik schenk twee glazen ranja in. ‘Hoe was je schooldag?’ informeer ik.
‘Het ging niet goed’, vertelt Kevin zonder omhaal. ‘De juf sleurde me door de gang. Toen ging ik haar schoppen. En ik ging lachen. Ik zei: wat een raar hoofd heb jij.’ Hij grinnikt.
Lees verder