Blind

Als ik de wachtruimte binnenkom, scan ik in een fractie van een seconde de andere patiënten. Veel vette haren, kleine oogjes, overtollig buikvet. Het stoeltje waar ik plaats neem, is zorgvuldig uitgekozen. Ver weg van de vrouw met opgezette benen die een beetje stinken. Dichtbij de moeder en dochter die zwijgend naast elkaar zitten. De twee vrouwen zien er niet uit alsof ze elk moment hun hart zouden kunnen uitstorten over het weer of hun gezondheid. En dat is goed, want ik ben niet in de stemming voor geklets.

De man die ik het verst op afstand probeer te houden, zit in de hoek van de wachtruimte. Ik schat hem een jaar of veertig. Hij heeft een trainingsbroek aan, zijn hoofd is kaal en hij kijkt bozig. Hij ziet eruit als een FC Utrecht supporter. Als hij een kind heeft, dan heet-ie Jayden. Ik stel me voor dat hij in de zomer naar de Maarsseveense Plassen gaat met zijn getatoeëerde vrienden en met zijn pitbull terriër. Niet om te zwemmen maar om te barbecueën.  Als hij daar mensen ziet zoals ik, sist hij ze in het voorbijgaan iets onverstaanbaars toe.

Ik doe alsof ik de gang afspeur, op zoek naar de dokter,  en neem ondertussen de man nog een keer goed in me op. Ik kijk naar zijn handen. De handen zijn groot en een beetje zwart aan de binnenkant. Terwijl ik me afvraag waarom die handen zwart zijn (is hij automonteur? Lekte de stift waarmee hij zijn protestspandoeken maakte tegen de komst van een AZC?), schuifelen er twee mensen de hoek om. Een man en een vrouw met dikke zwarte brillen en een witte stok met rode strepen. Ze praten luid: ‘Waar zullen we gaan zitten? Het is stil, misschien zijn er niet veel mensen.’

Wij, de mensen met zicht, kijken elkaar aan, beginnen wat te kuchen en heen en weer te schuiven. Behalve de man die er uit ziet als een hooligan. Hij staat meteen op en pakt de blinde man voorzichtig bij zijn bovenarm. ‘Komt u maar, meneer’, zegt hij. Als hij de man op een stoel heeft gezet, draait hij zich naar de vrouw toe. Hij legt zijn hand op haar pols en leidt haar naar een andere stoel. ‘Zo’, zegt hij, ‘even lekker zitten’.

‘Wacht u ook op de dokter?, vraagt de blinde vrouw. ‘Ik ben met iemand mee’, zegt de man. Een paar minuten later komt een Marokkaanse man op krukken de dokterskamer uit hinken. De kale man staat op, groet zijn nieuwe vrienden en loopt samen met de hinkende man naar de uitgang.

Ik staar hem na en vraag me af hoe ik zo blind kon zijn.

2 gedachten over “Blind

Reacties zijn gesloten.