Hoeveel kerken zijn er in Overvecht?

Deze week viert de protestantse wereld een merkwaardig feest. Vijfhonderd jaar Reformatie. ‘Maarten Luther bracht de kerk in beweging’, meldt de EO zelfs op billboards op het station, ‘Godzijdank’. Dat is nogal een leus.

Vijfhonderd jaar geleden streden twee groepen in de christelijke kerk op leven en dood tegen elkaar. Ook al had Luther in veel dingen gelijk, om daar nu een feestje over te vieren is alsof je het jubileum viert van je vechtscheiding (beter gezegd: de eerste in een reeks vechtscheidingen). We vochten elkaar zoveel jaar geleden voor het eerst de tent uit. Joehoe!

Als we eerlijk zijn, bedoelen wij protestanten met ‘christenen’ toch vaak vooral protestanten. We vinden onszelf heel ruimdenkend als we verklaren dat Antoine Bodar iets heel moois zei op tv, maar alleen al door dat te zeggen bevestigen we onze regel: katholieken behoren eigenlijk tot een andere familie.

Bij ons in Overvecht gebeurt iets hoopgevends, vind ik. We hebben op 34.000 inwoners maar een handjevol kerkjes, en die trekken allemaal niet meer dan honderd mensen op zondag. Ze hebben weinig leden, veel grijs haar en weinig pretenties.

Maar juist hier bloeit iets moois. De voorgangers zoeken elkaar op. Er zijn gezamenlijke bijeenkomsten. We werken samen op diaconaal gebied. Met Pinksteren organiseren we gezamenlijk een openluchtdienst. Let wel, het gaat hier niet over twee smaken gereformeerd, maar over alles, van katholiek tot protestants, van liberaal tot evangelicaal en van Surinaams tot Iraans. Plus heel veel mensen die buiten de wijk kerken.

Ik ga wel eens naar de mis. Het is waar, er zitten veel mensen met hun jas nog aan waarvan je je afvraagt of ze wel goed luisteren (maar dat vraag ik me in ‘degelijke’ refokerken ook wel eens af). Maar die liturgie… die is echt honderd procent orthodox. Daar is geen woord vrijzinnig aan. Daar wordt onomwonden verklaard, zestig minuten lang (exact zestig) dat Christus onze Heer is en dat zijn koninkrijk zal komen. Wat wil je nog meer?

De ‘liberale’ wijkgemeente is misschien spannender. Veel dingen zou ik anders zeggen, en ik mis de missionaire drive wel eens. Maar is dat bij veel ‘rechtzinnige’ kerken anders dan? En er viel me iets op, onlangs, toen ik een dienst bezocht. Er werd herhaaldelijk gezegd dat we hier zijn omdat we geloven in Christus, de verrezene, onze Heer. Ik heb het idee dat dat vroeger veel meer werd weggestopt. Wat dus betekent dat we naar elkaar toe aan het groeien zijn. Want dat is ook de kern van mijn geloof en dat was ook voor de allereerste christenen de geloofsbelijdenis waar alles om draaide.

In onze wijk hebben we geen mooie gebouwen en ook niet veel geld. Niemand trekt volle zalen. Maar er groeit iets. We helpen elkaar bij onderdak voor vluchtelingen. We bidden samen. We sturen mensen naar elkaar door. Het is nog maar voorzichtig, we voelen ook heus wel dat er verschillen zijn. Maar ik merk dat steeds meer mensen hier met het woord ‘kerk’ niet meer hun specifieke clubhuis bedoelen, maar de ene kerk van Overvecht, de kerk van Christus.

 

Deze column verscheen eerder in het Nederlands Dagblad.