Hulptroepen uit Iran

Vluchtelingen worden vaak gezien als last. We willen ze wel helpen, als het er maar niet te veel worden! Nu ís helpen ook een last. Maar tegelijkertijd krijg je er zo veel voor terug en vind ik vluchtelingen een enorme zegen. Niet alleen om wie ze zijn als mens, maar ook om wat ik via hen ontdek over hoe God bezig is in deze wereld.

Ik denk bijvoorbeeld aan een paar mensen die bij ons wonen. Ze kwamen ontheemd binnen, maar hebben heel hard geknokt in het afgelopen jaar. Zozeer dat ze voor andere mensen de hulpverlener zijn geworden. Ze hebben nog steeds geen geld en geen huis, maar ze leven met God, ze bidden voor iedereen die ze tegenkomen en ze worden bijna platgedrukt door mensen die bij ze komen om pastorale hulp.

Afgelopen week zat ik bij de kring die ze hebben opgericht. Een bijbelkring in het Farsi. Vijftien mensen, grotendeels bij ons uit de wijk, komen samen voor een introductiecursus christelijk geloof. Niet zoals bij ons, in acht avonden, nee, gewoon meteen veertig weken lang. En daarna gaan ze verder met een volgende reeks. Het is een permanente kring geworden, waar Iraniërs en af en toe ook Koerden en Afghanen bij aanhaken.

Wat een ironie! Terwijl ayatollahs aan de andere kant van de wereld hun best doen om hun burgers af te richten tot brave sjiïtische onderdanen, gehijaabt en al, komen ze hier als vluchteling samen in huiskamers om te delen wat Jezus voor ze heeft gedaan. Terwijl ze hun kind niet mogen zien. Of hun man al drie jaar lang geen visum voor Nederland krijgt. Of hun vader niet meer met ze wil praten omdat ze christen zijn. Ondanks alles zeggen ze dat ze blij zijn, omdat ze God gevonden hebben.

Ik ben niet naïef over Iraanse bekeringen. Voor veel mensen is het christendom gewoon een route naar een verblijfsvergunning, of naar gezelligheid, of een partner. Doopaantallen zeggen me nooit zo veel als ik tegelijkertijd hoor van geroddel of geruzie over welke kerk de beste is (het zijn wat dat betreft net Nederlanders).

Maar het goede nieuws is dat er nieuwe gelovigen zijn die écht met Jezus willen leven. Ik ken ze, ze wonen om ons heen, in de buurt of in ons huis. Ze hebben niets en wonen illegaal op kleine kamertjes in de grote achterstandswijken. Ze bidden voor iedereen die ze tegenkomen. Ze helpen met alles wat moet gebeuren, van preken tot schoonmaken. Ze corrigeren ons liefdevol als we cultuurverschillen verkeerd inschatten en als ze koken, mag je altijd mee-eten.

We hebben echt een paar mensen leren kennen waar we op kunnen bouwen. Ze hebben geen bankrekening en ze moeten naar de voedselbank om rond te komen, maar het zijn broertjes en zusjes geworden, die ons iets laten proeven van de kerk van alle tijden en alle plaatsen.

De ayatollah moest eens weten!

Deze column is ook verschenen in het Nederlands Dagblad.