Logeerpartijtje

logeren

Kevin woont op acht hoog en komt graag bij ons over de vloer. Wij hebben een trapje bij ons balkon staan; we wonen maar een halve verdieping boven de begane grond, dus hij komt altijd via de achterdeur. Zijn donkere haar zit in de war als hij binnenvalt, bezweet van het rondjes crossen om de flat. Meestal is hij er binnen een paar minuten nadat ik mijn dochter uit school gehaald heb.
Ik schenk twee glazen ranja in. ‘Hoe was je schooldag?’ informeer ik.
‘Het ging niet goed’, vertelt Kevin zonder omhaal. ‘De juf sleurde me door de gang. Toen ging ik haar schoppen. En ik ging lachen. Ik zei: wat een raar hoofd heb jij.’ Hij grinnikt.

‘Waarom sleurde ze je door de gang dan?’ informeer ik neutraal.
‘Ik had mijn tafel omgegooid. Toen zei ze dat ik naar de directeur moest. En toen ging ik rondjes rennen door de klas. Dus ging ze me pakken’, gniffelt hij.
Aha… ‘Je vindt het grappig hè?’
Kevin knikt tevreden.
‘Ik niet. Ik maak me een beetje zorgen om hoe het met jou gaat op school.’
Zijn gezicht wordt neutraal.
‘Kom eens hier jij’, zeg ik en ik open mijn armen.
Kevin komt naar me toe en laat zich knuffelen, als een plankje, omdat zijn armpjes niet hebben geleerd hoe dat moet, maar toch gewillig. Ik ken hem nu ruim een jaar. Ik kan me voorstellen dat de juf niet weet wat ze met hem aan moet – daar heb ik zelf ook regelmatig last van – maar ik weet dat ze niets gaat bereiken met een hardere aanpak. Hardheid kent Kevin zo goed dat hij erom lacht. En afwijzing maakt hem woedend. Als hij alleen maar denkt dat je hem afwijst, probeert hij je zo hard mogelijk te raken. Het enige wat hem nog kan veranderen, is liefde. Dat, en heel veel geduld, want hij neemt niet zomaar aan dat het je menens is. Het leven heeft hem cynisch gemaakt, zo klein als hij is.
Dus ik hoor zijn verhalen aan en ga er niet diep op in. Ik knuffel hem alleen maar. ‘Morgen weer een dag’, zeg ik terwijl ik mijn hand door zijn haar haal.
‘Ik ga dat niet meer doen’, besluit hij als ik hem loslaat. En dan: ‘Destiny gaat bij oma logeren. Ze zei dat ik bij jullie moet slapen.’ Door te zeggen dat zijn zusje dat zei, kan hij achterhalen of logeren bespreekbaar is zonder mij te hoeven vragen of dat mag. Want dan zou ‘nee’ voelen als afwijzing.
Ik kijk in zijn grote donkere ogen, die me peilend aankijken. ‘Ik zal het zo met Ralf overleggen.’
Kevin knikt tevreden. In mijn man Ralf heeft hij alle vertrouwen.
Mijn dochter heeft haar schooltas opgeborgen en komt de keuken in lopen. ‘Mam, mag ik mijn nieuwe sjaal aan Kevins moeder laten zien?’
Dat mag. Samen gaan ze de deur uit. Even later krijg ik een appje van zijn moeder: ‘Kevin zegt: ik mag bij Esther slapen. Klopt dat?’
Vooruit dan maar. Even later is Kevin terug, zijn knuffel onder zijn arm. Hij heeft een tasje bij zich met veel sokken, maar geen onderbroek en tandenborstel. Ik weet dat zijn moeder haar best doet, maar deurwaarders, opvoedingsproblemen en dan ook nog weekendtassen, het is gewoon teveel.
Tandenborstel of niet, Kevin en ons meisje hebben een hoop lol samen. Ze bouwen een tent en maken tekeningen. Die van Kevin is voor mij. ‘Ik ben lief. Jij bent ook lief’, staat erop. Ik ben verrast. ‘Eerst wist ik niet dat ik lief was’, licht Kevin toe. Daarom gedraagt hij zich meestal ook niet lief.
‘Maar nu weet je het wel hè, want wij vinden jou heel lief.’ Hij knikt.
Na het avondeten ga ik even liggen. Dat zijn de kinderen gewend: ik ben chronisch ziek en neem noodgedwongen veel rust. Ze weten dat ze me dan even niet mogen storen. Alleen als het echt nodig is, mogen ze bij mijn bed komen.
Ik hoor de kinderen rommelen in de keuken. Het klinkt gezellig. Ik doe mijn ogen dicht.
Tien minuten later wordt er geklopt. ‘Mam?’
Twee trotse gezichtjes verschijnen in de deuropening. Mijn dochter draagt een dienblaadje. Daarop staat een mok koffie die groot genoeg is om de hele nacht wakker van te liggen.
‘We wilden je verrassen’, straalt Kevin.
‘Kevin had per ongeluk de oude koffiepad erin laten zitten’, vertelt mijn dochtertje, ‘dus toen hebben we er twee nieuwe bij gedaan, mam. Wil je even proeven of hij zo goed is?’
Tevreden staan ze samen toe te kijken terwijl ik drink. ‘Is het lekker?’ Lieverdjes…
Ze mogen nog een poosje spelen.
Uiteindelijk liggen ze allebei in bed. Ik lees ze voor uit de kinderbijbel, over Jakob en Ezau. Kevin kan zich wel inleven in Ezau, die graag op avontuur ging. Maar hij snapt Jakob ook wel, want verhaaltjes verzinnen om te krijgen wat hij graag wil doet hij zelf ook regelmatig; zelfs vanmiddag nog. We zijn blij dat God al die dingen begrijpt en nog steeds van ons houdt. We zingen samen ‘Jezus is de goede herder’ en danken God voor de gezelligheid. Na een welterustenknuffel laat ik ze achter.
‘Esther?’ klinkt even later een stemmetje.
Ik ga kijken.
‘Mag mijn matras wat dichterbij haar bed liggen?’ fluistert Kevin. En of het lampje aan mag. Overdag reageert Kevin de pijn vanbinnen af op omstanders. Maar als het donker wordt en stil, wordt hij er bang van. ‘Dan ga ik soms bidden, net als jullie’, bekent hij, ‘en dan komt-ie bij me.’
‘Wie?’
‘Jezus.’
‘Fijn hè…’
‘Ja…’
‘Vind je het fijn als ik nu ook nog even met je bid?’
‘Ja.’
Ik ga naast zijn matras op de grond zitten en samen vertellen we aan God dat Kevin niet kan slapen. We vragen of Jezus bij hem wil komen.
‘Hij zegt dat Hij me lief vindt’, zegt Kevin. Ik verbaas me keer op keer over onze God, die gewoon tegen Kevin praat en altijd precies zegt wat hij nodig heeft om te horen. En over Kevin, die in het begin wel verlegen van werd van die lieve opmerkingen van God, maar het inmiddels heel normaal vindt dat Hij tegen hem praat.
‘Ja, Hij houdt van jou’, zeg ik terwijl ik Kevin instop. ‘En ik vind jou ook lief.’ En daarom geloof ik dat er hoop is voor de toekomst, maar dat zeg ik niet, want dat zijn veel te grote gedachten voor zo’n klein jongetje.
Kevin knikt tevreden. Hij trekt het dekbed over zich heen en pakt zijn knuffel. Even later ligt hij rustig te slapen.

3 reacties op “Logeerpartijtje

  1. Mooi en goed verhaal. Reëel. Het doet me met vreugde en warmte denken aan deze prachtige oeroude katholieke Gregoriaanse hymne, tegenwoordig ook heel bekend in de Taizé-traditie: “Ubi caritas et amor, Deus ibi est.” Dat is: “Waar liefde is en tederheid, daar is God.”

  2. Wat prachtig! Wie weet hoe dit uitwerkt in het leven van Kevin. Mooi dat hij ontdekt dat het leven ook anders kan zijn dan hij thuis gewend is. Wat waardevol om Gods liefde zo weer door te geven aan zo’n knul uit je flat!

Reacties zijn gesloten.